Stap 2: Verzamel kennis en kies een doel.

Werkwijze
Als je niet weet waar je naar toe wilt zul je nooit verdwalen. Maar je zult ook je doel niet bereiken.

Als beginnend genealoog verzamel je alles wat je tegen komt. Het is immers allemaal interessant.
Maar al snel zul je merken dat al die informatie veel te veel wordt, je verliest het overzicht en verdwaalt binnen je eigen gegevens.

Kies een duidelijk afgebakend onderzoeksdoel en/of onderzoeksgebied en werk dat consequent uit. Dat voorkomt dat je jarenlang tijd steekt in van alles en nog wat en nooit een afgerond geheel kunt presenteren.
Als je precies weet wat je wilt, kun je jouw tijd efficiënt gebruiken en ervaar je de voldoening van het doel dat steeds dichterbij komt.
Vind je jouw onderzoek later te beperkt, dan kun je het onderzoeksdoel altijd nog aanpassen en het onderzoek uitbreiden.

Je zult termen tegen komen die je nog niet kent. In deze fase zul je toch wat algemene kennis moeten verzamelen en eigen maken.
Tijdens jouw onderzoek zul je ook nog te maken krijgen met de privacy-aspecten van ons onderzoek.

Als je wat verder komt in je onderzoek zul je tegenstrijdige gegevens vinden: wat is nu juist. Dan zal het belang blijken van het goed vastgelegd hebben van de bronnen: waar heb ik mijn gegevens vandaan gehaald.

Ook moeten we eens gaan nadenken over de manier waarop we alles gaan vastleggen en opbergen. Voor de genealogische gegevens doen we dat in stap 3, maar ook losse documenten moet je opbergen.

Je zult te maken krijgen met verschillende kalenders, en je zult symbolen tegen komen.

We zullen dus over al deze onderwerpen wat meer te weten moeten

Onderzoeksdoel. Wat is het doel van je onderzoek?
- Gelegenheidsgenealogie (bruiloft, geboorte, jubileum). Je wilt alleen wat gegevens verzamelen om die op een bijzondere gelegenheid te presenteren.
- Je kunt natuurlijk ook alleen richten op het vastleggen van meerdere generaties ouders en andere familieleden, en je dan beperken tot het verzamelen van de basis-gegevens over personen en hun onderlinge relaties. Skeletgenealogie.
- Maar leuker is het om dit te combineren met familieonderzoek (dagelijks leven, bijzondere gebeurtenissen, uitgeoefende beroepen, de woonplaatsen, etc.). Je krijgt dan ook te maken met geschiedenis.

In de genealogie kennen we een aantal manieren om het onderzoeksresultaat weer te geven, o.a. Stamreeks, Kwartierstaat en Parenteel (zie definities verderop).

En voor wie wil je het genealogisch onderzoek doen?
- Wil je het alleen uitvoeren of samen met anderen?
- Welk resultaat wil je bereiken (wetenschappelijk of populair, beperkt of uitgebreid)?
- Wat gebeurt er met de resultaten en wanneer (publicatie, na overlijden)?

Welke materialen wil je daarvoor gebruiken?
- Foto's, documenten, archiefstukken (fotokopieën)
- Levensverhalen, interviews, documentaires
- Geschiedenis, folklore, heemkunde, biologie (medisch)

Welke uitvoer kies je?
- Familiegeschiedenis, skeletgenealogie (relatieschema, per generatie of per tak), feestbundel
- Boek, CD, eigen website, uploaden naar genealogische verzamelsite
- Schema's (geneagrammen, ondersteunende illustraties)

Veel vragen dus. In dit stappenplan zullen we u helpen, maar de keuzes moet u zelf maken.

Definities
In de genealogie kennen we een aantal manieren om het onderzoeksresultaat weer te geven, o.a. Stamreeks, Kwartierstaat en Parenteel.

DE STAMREEKS
Een stamreeks (mannelijke afstammingslijn) is een overzicht van jouw wettige voorouders in de mannelijke lijn, opgesteld per generatie. Dus jezelf, jouw vader, grootvader, overgrootvader etc.
De oudste voorvader krijgt in deze stamreeks het nummer I, diens zoon het nummer II, de kleinzoon het nummer III enzovoort. Een stamreeks wordt soms ook wel in omgekeerde volgorde gepubliceerd.
Het onderzoeken van de stamreeks heeft als voordeel dat je dezelfde naam blijft onderzoeken, en veelal niet veel van onderzoeksplaats hoeft te wisselen (tenminste als jouw voorouders niet te vaak verhuisden).
Het zoeken naar de Stamreeks is een ideale methode om te beginnen met genealogisch onderzoek.

DE MATRILINEAIRE REEKS
Een Matrilineaire reeks is de tegenhanger van de Stamreeks, maar dan steeds de vrouwelijke lijn, dus jezelf, jouw moeder, grootmoeder etc.
Het leuke van een Matrilineaire reeks is dat we steeds een andere naam moeten onderzoeken. In sommige streken was het aantal veranderingen van woonplaats bij de vrouwen groter dan bij de man (de vrouw trouwt elders in bij de zoon op b.v. een boerderij), dus ook wat betreft woonplaatsen is dit onderzoek gevarieerder.

DE KWARTIERSTAAT
Een kwartierstaat is een in generaties gerangschikte opgave van de wettige voorouders van een bepaald persoon.
De persoon van wie de kwartierstaat uit gaat, in de regel jij zelf, jouw kind of kleinkind, noemen we de kwartierdrager of proband. Deze kwartierdrager krijgt het nummer 1. Deze nummer 1 heeft twee ouders, die we respectievelijk 2 (de vader) en 3 (de moeder) noemen.
De vader van de vader krijgt het nummer 4 en diens echtgenote nummer 5. De vader van de moeder krijgt het nummer 6, diens echtgenote nummer 7.
De vierde generatie begint in dezelfde volgorde met het nummer 8 enzovoort.
Op deze wijze krijgt elke mannelijke voorouder een even en elke vrouwelijke voorouder een oneven nummer. Daarbij vinden we de vader van een persoon door het nummer van die persoon te vermenigvuldigen met 2. De moeder krijgt het dubbele nummer + 1.
Wanneer je wilt weten van wie je allemaal afstamt is de kwartierstaat de meest voor de hand liggende wijze van onderzoek. Daarom is een Kwartierstaat vaak, na de Stamreeks, het tweede onderzoeksdoel.
Let er wel op dat in elke generatie verder terug het aantal onderzochte personen verdubbelt. Na 16 generaties zit je in de tijd ergens rond het jaar 1600 en heb je al 64.000 voorouders (als je ze uiteraard allemaal terug kunt vinden). Daar zitten dan wel dubbeltellingen in, omdat je altijd wel ergens uit komt bij dezelfde personen (dit noemen we Kwartierherhaling). Je bent dus nooit klaar.

DE GENEALOGIE
Een genealogie is een in generaties gerangschikte opgave van personen (ook wel Agnaten genoemd), die in mannelijke lijn afstammen van een bepaalde mannelijke persoon, meestal jouw oudste stamvader (Proband genoemd).
Van deze mannelijke voorouder vermeldt je de gegevens van zijn kinderen, maar alleen van zijn zonen weer de kinderen (dus de kleinkinderen van de oorspronkelijke voorouder), van die kleinkinderen alleen bij de zonen weer de kinderen daarvan. Etc.
Je kunt er voor kiezen om ook de partners en schoonouders te vermelden.
Om een Genealogie te kunnen samenstellen moeten we dus eerst de Stamreeks samen stellen, en vanuit de oudst gevonden stamvader weer terugwerken naar het heden.
Het voordeel van een Genealogie is dat we steeds dezelfde naam blijven onderzoeken. Dit zou het derde onderzoeksgebied kunnen zijn.

DE MARENTEEL
Een marenteel is de tegenhanger van de Genealogie, maar dan in de vrouwelijke lijn. Van de vrouwelijke voorouder worden alle kinderen vermeld, maar er wordt nu weer verder gegaan met alleen de dochters.
De Marenteel is dus niet de tegenhanger van de Parenteel (zie hierna) maar van de Genealogie.
Het leuke van een marenteel is dat we steeds een andere naam moeten onderzoeken. Vaak is ook de variatie in woonplaatsen groter.

DE PARENTEEL
Een parenteel is een in generaties gerangschikte opgave van alle afstammelingen van een bepaald ouderpaar, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn.
Van dat ouderpaar dienen dus de gegevens van alle kinderen, alle kleinkinderen, alle achterkleinkinderen, enzovoort in het gegevenbestand opgenomen te worden.
Ook hierin moeten we dus eerst van het heden naar het verleden werken en van daaruit weer terug naar het heden.
Dit zou het vierde onderzoeksgebied kunnen zijn, of het derde in plaats van de Genealogie.

OPMERKING:
Hoewel we eerder hebben gezegd ons te beperken tot ons onderzoeksdoel toch een aanvulling: Noteer bij jouw zoektocht altijd ook de naam en gegevens van alle kinderen en eventueel de broers en zussen van een persoon uit de stamreeks of de kwartierstaat. Dat kan later van pas komen als het onduidelijk is wie tot welk gezin behoort. Bovendien kun je later besluiten om het onderzoeksgebied uit te breiden.

Bepaal het onderzoeksdoel

Je zult al snel veel gegevens gevonden hebben. En u zult ook al veel personen gevonden hebben. Dat is niet zo vreemd. Als we naar de Kwartierstaaat kijken zien we dat elke generatie terug in aantal verdubbelt, dus 2 ouders, 4 grootouders etc. Als we zo door terug gaan tot b.v. 1500 hebben we ongeveer 20 generaties gehad. Da spreken we over ca. 500.000 voorouders. En nog een generatie verder worden dat er een miljoen. En dan hebben we de broers en zusters van deze personen nog niet eens mee geteld.
Natuurlijk komen er veel personen meerdere keren voor, maar u begrijpt dat je jezelf, zeker in het begin, beperkingen op moet leggen.

Het beste kun je starten met een Stamreeks. Je onderzoekt dan steeds dezelfde achternaam. Als je vast loopt kun je jouw aandacht gaan richten op de Kwartierstaat, of alleen de Matrilineaire reeks (dus steeds de moeder etc.).

Naamgeving opeenvolgende geslachten
We hebben hierboven in algemeen zin gesproken over onze voorouders. Maar er zijn ook meer specifieke namen te geven:
Als we uit gaan van onze eigen generatie kennen we Vader en kind (alelen de mannelijke kant is genoemd).
Bij de volgende generatie (2) komt er Groot voor resp. Klein, dus Grootvader en Kleinkind,
Bij generatie 3 komt er Over resp Achter voor, dus Overgrootvader en Achterkleinkind
Bij generatie 4 komt er Bet voor, dus Betovergrootvader en Betachterkleinkind
Bij generatie 5 t/m 8 komt er Oud voor de namen van generatie 1 t/m 4, dus Oudvader, Oudgrootvader, Oudovergrootvader, Oudbetovergrootvader
Bij generatie 9 t/m 16 komt er Stam voor de generaties 1 t/m 8, dus Stamvader, Stamgrootvader, Stamovergrootvader, Stambetovergrootvader, Stamoudvader, Stamoudgrootvader, Stamoudovergrootvader, Stamoudbetovergrootvader.
Bij generatie 17 t/m 32 komt er Edel voor de generaties 1 t/m 16, dus Edelvader etc.
Bij generatie 33 t/m 64 komt er Voor voor de generaties 1 t/m 32, Voorvader etc. De 64e generatie is dan dus Vooredelstamoudbetovergrootvader. Daar moet je toch even voor oefenen.
Behoefte aan meer generaties, kik dan op de sectie Generalia van deze website.

Privacy
Privacy heeft voor de genealoog twee aspecten:
- respecteren van de privacy van onderzochte personen, met name als ze nog in leven zijn. Dit komt nog aan de orde in de volgende stappen.
- beperkte beschikbaarheid van gegevens.

Vanwege wettelijke privacy-regelingen is niet alle informatie beschikbaar.
Globaal kun je stellen: geboortegegevens zijn pas openbaar na 100 jaar, huwelijksgegevens na 75 jaar en overlijdensgegevens pas na 50 jaar. In stap 3 zullen we zien welke consequenties dat voor ons kan hebben.

Bronnen
Bij het onderzoek van het verleden spelen bronnen een belangrijke rol. Onder bronnen verstaan we alle plaatsen (b.v. boeken, registers, maar ook gesprekken of films) waarvandaan we informatie betrekken. Deze bronnen kun je op verschillende manieren indelen.

A Primaire en secundaire bronnen (algemeen)
Primaire bronnen zijn gemaakt door mensen die direct bij een kwestie betrokken zijn geweest (bijvoorbeeld ooggetuigen), dus ook in dezelfde tijd. Secundaire bronnen zijn gemaakt door mensen die niet direct bij de kwestie betrokken zijn geweest. Deze bronnen zijn vaak in een andere tijd gemaakt.
B Primaire en secundaire bronnen (genealogie)
In de genealogie wordt vaak een andere indeling gemaakt: De belangrijkste bronnen, zijnde het bevolkingsregister, de burgerlijke stand (BS) en doop- , trouw- en begraafregisters (DTB's) worden Primaire bronnen genoemd. Deze omvatten aktes/registers van geboorte, dopen, huwelijk, echtscheiding, overlijden en begraven. Met behulp van de primaire bronnen kan men dus een stamboom maken, die bestaat uit zakelijke gegevens.
Wil men dit geheel interessanter maken, dan kan men gaan zoeken naar feiten en verhalen rondom de gevonden personen. Hiervoor worden de zogenaamde secundaire bronnen geraadpleegd. Deze bronnen zijn bijna onuitputtelijk.
Elk archiefstuk bevat wel iets over een persoon. Voorbeelden zijn archieven van de gemeentelijke overheid (schoolgeldregisters, militieregisters, lijsten van afgegeven paspoorten, enz.), rechtbanken/schepengerichten (processen en vonnissen, notarissen/schepenprotocollen (testamenten, eigendomsoverdrachten, verpandingen, Memories van Successie en notarisprotocollen), kerkgenootschappen (stichtingen, jaargetijden, opbrengsten van tienden, ledenlijsten van verenigingen en broederschappen), particulieren/verenigingen/instellingen, fotocollecties, (oude) kranten, landkaarten en plattegronden.
C Geschreven en ongeschreven bronnen
Geschreven bronnen zijn b.v. kranten, brieven, dagboeken. Ongeschreven bronnen kun je onderverdelen in gesproken bronnen (bijvoorbeeld interviews), gebouwen, voorwerpen enz., beeldbronnen (bijvoorbeeld tekeningen, schilderijen, foto's), bewegende beeldbronnen (film, video).

Bronvermelding
Het is van groot belang om bij het vastleggen van de informatie de herkomst van die informatie vast te leggen: Bronvermelding.

Ten eerste voor de eigen terugvindbaarheid. Je zult zeker tegenstrijdige gegevens vinden, en dan moet je weten wat de herkomst van de informatie is.
Let op: Om dubbel werk te voorkomen moet je ook de gezochte bronnen vastleggen, onafhankelijk of je ze wel of niet gebruiken kon. Noteer dus ook dat je gezocht hebt en niets hebt gevonden: dat voorkomt dat je weer gaat zoeken.

Ten tweede als een soort eerbetoon aan de eerdere onderzoeker. Dat is met name van belang als je gaat publiceren (stap 10). Let daarbij ook op de eventuele rechten van de oorspronkelijk bron, b.v. bij het gebruiken van fotomateriaal.

Ten derde verhoogt bronvermelding de betrouwbaarheid van de gegevens voor anderen. Die kunnen het controleren en daar dan op voort bouwen.

Opbergen
Iedere beginnende stamboomonderzoeker loopt aan tegen het probleem een goede en overzichtelijke ordening van zijn gegevens te krijgen.
Je krijgt al snel veel gegevens. Om het overzicht te bewaren moet je die gaan vastleggen in een daarop toegespitst genealogisch computerprogramma. Zie daarvoor Stap 3.
Maar je krijgt ook een hele verzameling documenten, foto's, kopieën, voorwerpen etc. Om daar het overzicht over te behouden moet je ze gaan coderen en opbergen.
Bewaar die stukken volgens een voor jou hanteerbaar systeem in mappen, bakken, dozen of andere opbergplaatsen, zodat je gemakkelijk en snel de gewenste informatie kunt terugvinden.
Iedere genealoog hanteert daarvoor zijn eigen systeem. Het helpt enorm als je daarover kunt praten met mede-genealogen, die in een eerdere fase tegen dezelfde problemen zijn aangelopen en daar intussen een oplossing voor hebben gevonden. Praat daarover met meerdere mensen en kies dan de methode die het beste bij je eigen behoeften en wensen aansluit.

Maar om toch een voorzet te geven hier enkele mogelijkheden:
- Per persoon op naam op alfabetische volgorde,
- Per persoon met de geboortedatum (in internationale notatie, dus 2011-12-31) op chronologische volgorde,
- of volgens het persoonsnummer uit jouw computerprogramma.
- Per tak, b.v. op basis van de (over)grootouders.
- Per plaats, dit heeft als voordeel dat je een archiefbezoek gemakkelijker kunt voorbereiden,
- Per documentsoort, zodat je direct ziet welke actes je hebt.
- etc.

Het bovenstaande geldt natuurlijk ook voor elektronische documenten (b.v. foto's, scan's, tekstdocumenten). Zo kun je b.v. eigen foto's en documenten scannen om ze later in een publicatie te verwerken.

Tot slot: Vooruitlopend op stap 8: U bent niet de enige die met genealogie wil starten, of als beginner al bezig is, en tegen dit soort vragen aan loopt. Zoek aansluiting bij anderen die ondersteuning bieden en een klankbordfunctie vervullen. B.v. de NGV, de Nederlandse Genealogische Vereniging, met zo'n 30 afdelingen die regionaal werken.
Als de vragen meer liggen op het terrein van computergebruik of de genealogische computerprogramma's, heeft ook de HCC! (Hobby Computer Club), met een eigen (landelijke) genealogische interessegroep en regionale afdelingen, veel te bieden.

Kalender
In uw onderzoek kunt u te maken krijgen met verschillende kalendersystemen.
In de oude Romeinse kalender (maar daar bent u voorlopig nog niet) begon het jaar op 1 Martius. Dit is nog steeds merkbaar aan de namen van de maanden september ('septem' = zeven), oktober ('octo' = acht), november ('novem' = negen) en december ('decem' = tien).
Bij de Juliaanse kalender werden de maanden van de oude kalender behouden, maar hun duur werd aangepast en bovendien begon het jaar voortaan op 1 januari.
Ter ere van de invoering van deze kalender werd de maand Quintilis (5e) veranderd in Julius. Later werd ook de naam van de maand Sextilis (6e) gewijzigd in Augustus.
De hedendaagse Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de daarvoor gebruikte Juliaanse kalender, werd vanaf 1582 ingevoerd door Paus Gregorius.
In de katholieke landen Spanje en Portugal werd die direct ingevoerd. Andere katholieke landen volgden binnen enkele jaren.
In veel protestantse gebieden werd de nieuwe kalender pas rond 1700 aanvaard. In Nederland aanvaardden Holland, Zeeland en de zuidelijke gewesten vrijwel onmiddellijk de nieuwe kalender maar de overige gewesten deden dit pas in 1700 of in 1701.
Sommige Oosters-orthodoxe Kerken gebruiken ook nu nog de oude Juliaanse kalender voor de bepaling van feestdagen.
Tijdens de Franse republiek werd veel overhoop gehaald (we hebben er o.a. onze Burgerlijke Stand, het notariaat, het kadaster, de dienstplicht en de gestandaardiseerde meter en kilogram aan te danken) en werd er ook een nieuwe kalender ingevoerd. Deze Franse republikeinse kalender werd de tijd niet langer vanaf de geboorte van Christus gerekend, maar vanaf 22 september 1792, de geboorte van de Eerste Franse Republiek.
De kalender, ook aangeduid met de termen Franse revolutionaire kalender en Jakobijnse kalender, werd ook in de Nederlanden ingevoerd: in de Burgerlijke Stand vanaf 17 juni 1796, en algemeen verplicht vanaf 3 april 1798.
Een jaar werd verdeeld in 12 maanden van elk 3 decaden van elk 10 dagen, met per jaar 5 of 6 extra dagen. Per 1 januari 1806 ging men opnieuw over op de Gregoriaanse kalender.

Symbolen
In genealogische overzichten worden vaak de volgende afkortingen gebruikt:
* Geboren
~ Gedoopt
+ Overleden
[] Begraven
oo Ondertrouw
X Getrouwd
)( Gescheiden
G Godsdienst
B Beroep
K Kinderen